De instructie is duidelijk en er wordt geprobeerd om de ingewikkelde materie van het paardrijden tot iets eenvoudigs te reduceren, waardoor de ruiter ook kan begrijpen wat er onder hem gebeurt en hoe daarop gereageerd moet worden. Er wordt dus uitgelegd wat  je  op enig ogenblik voelt, wat goed is, wat niet goed is, waarom dat niet goed is, en wat je er dan aan moet doen. Dus niet alleen maar buitenhand of binnenbeen, maar juist het waarom is belangrijk.

Er wordt veel aandacht besteed aan de basis, dat wil zeggen een losgelaten, blij paard, wat netjes rechtgericht in balans en dus het juiste tempo loopt. De rode draad door de instructie is het "Skala der Ausbildung" zoals de Duitsers dat mooi zeggen, zes begrippen waar het hele paardrijden op gebaseerd is: eerst takt en ontspanning, daarna impuls en aanleuning en als laatste rechtrichten en verzameling. Daarna volgen natuurlijk ook de oefeningen, maar daarin wordt ook weer veel aandacht besteed aan de losgelatenheid, de balans, het tempo en takt en regelmaat.

Van belang bij de ruiter is dat hij echt leert om los en ontspannen op het paard te zitten, anders kan hij nooit onafhankelijke hulpen geven. Hoe vaak zien we niet een kloppend onderbeen of een stijve arm of schouder van het vasthouden? Dat kan nooit als resultaat een losgelaten paard hebben, dus daar wordt veel aandacht aan besteed.
De invloed van de houding en zit van de ruiter wordt helaas vaak onderschat!


(verenigingsles)

Ik ben ervan overtuigd dat het netjes en eerlijk trainen van je paard, dus veel aandacht voor rechtrichten, losgelatenheid, balans, takt, regelmaat en impuls het paard gezond houdt. En dat je daardoor veel been- en rugproblemen bij het paard kunt voorkomen.